Waarom?

Weissensee
Weissensee

Op zondagmorgen zit ik op mijn werkkamertje in Gendringen en kijk naar buiten. Met enige weemoed. Want toen ik de afgelopen zeven ochtenden, na het opstaan een blik naar buiten wierp zag ik een strakblauwe hemel, de zon, bergen en een glanzend meer van ijs. Nu zie ik grijze wolken en een natte omgeving. Dat is even schakelen na een fantastische week op de Weissensee. De Weissensee die ik zo goed ken van twee alternatieve Elfstedentochten en van vijf mooie vakanties met mijn gezin. Tien jaar na mijn laatste alternatieve was ik er weer om tweehonderd kilometer te schaatsen. In die tien jaar had ik vele kilometers gefietst en geschaatst. Ik wilde weleens weten wat voor tijd ik nu kon schaatsen over tweehonderd kilometer. Maar waarom wil een mens dat? Waarom ga je tweehonderd kilometer schaatsen op een bevroren meer in Oostenrijk?

Die vraag kwam op tafel toen we in de gezellige bar van Gasthof Weissensee zaten. Op dinsdag hadden Wim, Eric, Mark, Willie, Hans, Nico, Henry en Ria de tweehonderd kilometer op hun naam gezet. Frank had er na honderdveertig kilometer de brui aan gegeven. Te weinig getraind maar geen probleem. Frank had al vaak genoeg laten zien dat hij tweehonderd kilometer in de benen heeft. Door een drietal valpartijen en een scheenbeenblessure was Theo genoodzaakt om na honderdtien kilometer te stoppen. Intussen had onze clubkampioen Manon de tweehonderd kilometer in 8.18 uur gereden.26.01.16-0002

Ik had samen met René en Frederik (zoon van Wim) de verzorging op me genomen en Charles stond als fotograaf op het ijs. Mooi om de tocht van die kant mee te maken. Prachtig om de beleving te zien bij vijftienhonderd mensen die hun grenzen op zoeken. Al die verschillende Hollandse schaatsgekken met daartussen een verdwaalde Belg of Oostenrijker. Ze genieten van de entourage en de confrontatie met hun eigen lichaam. Want die confrontatie komt er voor iedereen.

26.01.16-0204
Wim op weg naar de finish.

Ook voor onze eigen Wim die met een fantastische tijd van 7.39 uur als snelste Krupopper van de dag de tweehonderd kilometer volbracht. Een jaar eerder ging hij nog naar de Weissensee terwijl het er op leek dat er een einde was gekomen aan het sportende leven van Wim. Op de Weissensee vond destijds het wonder van Somsen plaats. Wim kwam herboren terug, trainde als nooit tevoren en reisde dit jaar met zijn zoon naar de Weissensee. Ik had een brok in mijn keel toen Wim over de finish kwam. Frederik keek er heel nuchter bij en feliciteerde zijn vader. Wim had zelf een hele grote glimlach om zijn mond en keek mij triomfantelijk aan.  “Vrijdag moet jij het kunnen in 7.30 uur”, aldus Wim.

Eric en Mark
Eric en Mark

Bij Eric en Mark, ze reden zoals altijd gebroederlijk samen, kwam de confrontatie op zestig tot zeventig kilometer voor het eind. Bij Mark meldden de innerlijke demonen zich het eerst. “Ik bun kapot”, kon ik uit zijn mond optekenen toen ik naast de heren kwam schaatsen om de bestelling voor de catering op te nemen. Eric had inmiddels het kopwerk overgenomen. De robuuste bouwvakker uit “Hollywood Achter de Molen” moest diep graven maar vond houvast bij zijn keiharde karakter. Eric trainde één keer per week een dik uur op de ijsbaan in Enschede. Dat was alles. Maar daarmee bracht hij Mark en nog een heel stel schaatsers, die als natte washandjes achter hem zaten, naar de finish. En ook Eric moest even de andere kant op kijken toen hij over de finish was. De andere kant op kijken zodat de tranen niet zichtbaar zouden zijn. Dat lukte niet.

26.01.16-0348
Hans

Hans en Nico reden gestaag hun rondjes. Hans was als debutant aanwezig en hij genoot met volle teugen. Met een grote lach op zijn gezicht en met veel enthousiasme maakte hij gebruik van zijn uitstekende schaatstechniek. Die techniek bracht hem heel gemakkelijk erg ver. Hans pakte geregeld een flinke pauze. Hij wist immers niet hoe zijn lichaam tweehonderd kilometer zou verteren. Maar dat ging uitstekend. Nico heeft ook die gemakkelijke techniek. Maar zijn basisconditie is een stuk minder. Op vier ronden voor het einde was het kaarsje dan ook uit. Dan komt het aan op mentaliteit. Hij nam zich voor om nog twee blokjes van twee rondjes te rijden. De verkleinwoorden “blokjes” en “rondjes” zijn belangrijk bij de innerlijke dialoog. Dat maakt net het verschil. Hoe eet je immers een olifant op? Hapje voor hapje dus. En over de meet komen terwijl je jezelf hebt moeten overwinnen is een geweldig gevoel. Prachtig om te zien.

Nico is aan de meet.
Nico is aan de meet.

Henry en Ria zien rijden en sterven. Dat zou voor menigeen een mooi einde zijn. Want wat een mooi gezicht is het om dat echtpaar samen over het ijs te zien gaan. Henry voorop met Ria letterlijk op de trekhaak. De trekhaak die gevormd wordt door de vuisten op de rug van Henry. En dan gewoon gestaag doorzetten. Menig echtpaar kan nog niet eens samen behangen. Henry en Ria schaatsen gewoon samen tweehonderd kilometer. Aan de finish kijken ze elkaar even diep in de ogen. Dat is genoeg om te weten waarom.

26.01.16-0076
Henry met Ria op de trekhaak.
26.01.16-0751
Afzien!

Bij het zien van de lijdensweg van Willie vraag je je echt af waarom een mens zichzelf zoiets aan doet.  Waarom gaat een mens zo diep? Letterlijk. Want de laatste vijftig kilometer gaat Willie bijna door zijn hoeven. De neus gaat steeds verder naar het ijs. Willie gaat op de punten rijden. Het valgevaar is groot vanwege gebrekkige coördinatie en de snelheid is er helemaal uit. Als ik naast hem rij om hem wat af te leiden en moed in te spreken komt er bijna geen reactie. Alleen een holle blik opzij. Maar Willie gaat door. Meter voor meter. Steeds dichter naar de finish. In de laatste ronde ga ik voor hem rijden en breng hem op tweehonderd meter van de finish. Ik wijs hem de weg. “Daar is de finish.” En daar gaat Willie. Op naar een gigantische overwinning. Vooral op zichzelf. Na de finish vang ik hem snel op en duw hem naar een bankje. Willie is helemaal naar de vaantjes. Ik heb zelden iemand gezien die zo kapot was. Er is geen beeld en geen geluid. Slechts emotie. Als Charles met zijn fototoestel komt laat ik hem even alleen. Een tijdje later duw ik Willie over het ijs terug naar het hotel. Het is een stukje van een kilometer. Willie vraagt drie keer of we er al bijna zijn. Hij maakt gelukkig weer geluid, denk ik.

26.01.16-0174
Willie gaat goed.

Op vrijdag mag ik zelf aan de bak. Samen met René en Frederik. Charles gaat ook op vrijdag met als doel om lekker te schaatsen. Die tweehonderd kilometer hoeft voor Charles niet meer. Frederik is, als zoon van Wim, natuurlijk erfelijk besmet met het schaatsvirus. Hij geeft dan ook les op de ijsbaan van Deventer en schaatst technisch uitstekend. Dat natuurijs toch iets anders is dan het schaatsen op de baan bleek eerder in de week toen we op maandag nog een training van tachtig kilometer deden. Frederik raakte in een mentaal wak toen hij op zeventig kilometer moest stoppen. Hij werd echter door Wim uit het wak getrokken. Frederik mocht op de Salomons van Wim rijden en dat ging een stuk beter. Daarnaast werd hij nog onder handen genomen door onze dames. Astrid en Inge namen hem op donderdag, een dag voor de tocht, mee naar het skigebied van Nassfeld. Wat daar gebeurd is blijft voor ons de grote vraag maar ik kan het iedereen aanraden. We konden Frederik op vrijdagavond met een luid applaus begroeten in de bar van gasthof Weissensee. Hij had de alternatieve op een uitstekende manier volbracht in een prachtige tijd van 8.24 uur. Wim kwam er glunderend achteraan en zag dat het goed was.

René schaatste zijn tweehonderd kilometer op zijn routine. Hij heeft er in zijn leven al meer dan vijftig gereden. En allemaal op hoog niveau. Zoals gewoonlijk reed hij vooraan mee. Maar dit keer niet om de eerste plaatsen en naar het eind toe reed hij op zijn gemak naar de finish. René doet het volgens mij vooral omdat sport voor hem een manier van leven is. En voor de beleving om met een groep sporters bezig te zijn. Zijn respect voor de sporter die met een tijd van tien uur de tocht volbrengt en alles eruit heeft gehaald wat er in zit is net zo groot als voor degene die dat binnen zeven uur doet. En hij doet het voor het natuurijs. Samen met René die ongelooflijke zwarte ijsplaat oprijden op het grote meer is een belevenis. En niet alleen vanwege dat enorme overweldigende natuurfenomeen van het spiegelende ijs. Maar vooral om René te zien genieten. Het lijkt een beetje op de koeiendans in het voorjaar. Al dartelend zoekt hij zijn weg op de oneindige ijsvlakte. Het liefst schaatsend op plekken waar nog niemand geschaatst heeft. Die sensatie maakt hem weer kind. En dat is een mooi gezicht.

24.01.16-0918
Het maagdelijke ijs ligt klaar voor René.

Zelf kwam ik dus na tien jaar weer naar de Weissensee voor de alternatieve. In 2005 reed ik er voor het eerst. Dat smaakte naar meer en in 2006 deed ik het in 9.14 uur. Daarna was ik er ook een aantal jaren. Maar dan met het gezin. Gewoon lekker schaatsen, skiën, langlaufen, wandelen en genieten van de fantastische omgeving en het mooie weer. Ondertussen werd er in die jaren veel gefietst en geschaatst. Het duurvermogen werd groter en de schaatstechniek werd beter. Ik mocht de kunst afkijken bij Ben Erinkveld en later bij Wim en René. Betere leermeesters kun je niet hebben. Ik wilde op mijn vijftigste levensjaar nog eens kijken welke tijd ik neer kon zetten op de tweehonderd kilometer. Helaas kon dat toen door omstandigheden niet. Dit jaar kon het wel.

26.01.16-0285Op vrijdagmorgen stond ik om 6.45 uur in de eerste startgroep wat te keuvelen met Manon. Voor ik het wist klonk het kanon en waren we weg. Ik ging gemakkelijk met de tweede groep mee. Het voelde vrij comfortabel en ik was dan ook verbaast toen bleek dat we op een schema van 7.30 uur doorkwamen na twee uur koers. De groep was groot en vooraan werd er gas gegeven. Net na de bochten moest er iedere keer een gat worden dichtgereden door het harmonica-effect. Dat werd na de vierde keer te veel en ik besloot in een langzamere groep te gaan zitten. Dat ging geweldig. Het was mooi om te zien hoe totaal vreemde mensen met elkaar samen gingen werken. En we konden doorrijden dankzij de geweldige verzorging van Theo. Hij was precies op tijd met de bidons en was zelfs bereid om tussendoor even een colaatje te halen in de tent. In de laatste ronde kwam Willie nog even langszij om een handje toe te steken. Een wederdienst. Mooi om te zien. En het is vooral geweldig om de andere mensen van de Krupop langs de baan te zien met volop aanmoedigingen. Na de finish vloog ik met een gelukzalig gevoel in de armen van Theo en Wim. Er stond een tijd van 8.01 uur op de klokken. Het gevoel van het halen van een doel. Een doel waarvoor je hard moet werken. Een doel waarvoor je tegenslagen moet overwinnen door je mentale weerbaarheid aan te spreken. Tegen dat euforische gevoel kan maar heel weinig op. Dat is waarom ik de alternatieve Elfstedentocht heb gereden.

Foto’s: Charles Keijser Fotografie