Drenthe 200

Op veler verzoek: een verslag van Drenthe 200

‘No way back’

In een vlaag van verstandsverbijstering hebben wij, Patrick Koskamp en ik, ons opgegeven voor deze ultra atb marathon. René Wijgman is later ( na lang aandringen van ons) ook overstag gegaan. Naarmate 28 december dichterbij kwam werden we toch ietwat nerveus. Is het echt zo zwaar als men zegt? Er zal toch niet zoveel modder en drek liggen?

Op 28 december gaat om 4:30 de wekker, eerst maar eens een bord spaghetti naar binnen werken. “Dat fietsen we er vandaag nog wel af”. Daarna snel naar de start, een peloton zenuwachtige atb’ers staat ons al op te wachten. Startvak in en wachten op de start. “No way back”, nu gaat het gebeuren. Na het startschot schieten de dan nog mooi gepoetste fietsers ons voorbij. “Kalm an beginnen, de dag is nog lang”, was ons motto. De eerste kilometers vliegen makkelijk voorbij. Ik zeg net tegen Patrick, “in het donker zal er wel niet veel onverhard zijn”, als we linksaf gaan en direct vast staan in 30 cm drek. Dat word dus lopen. Een enkeling probeert te fietsen maar ligt binnen een paar meter met de neus in de drek. Hierna volgen nog een flink aantal van dit soort modderbaden. Niet te fietsen, op de stukken waar wel gefietst kan worden ligt iets minder drek, na een inhaal actie beland ik midden in de bramen struiken. Bij de pauzeplaats wachten we op René, die een half uur later is gestart en met z’n drieën vervolgen we onze weg. We belanden in een bos waar geen eind aan komt, anderhalf uur alleen maar bos, singletracks en weer modder en drek. Eindelijk een natuurgebied, ik voel me nog goed en houd het hek open voor een aantal fietsers. Een fotograaf staat te wachten om een mooi actieshot van mij te maken. Ik spring op mijn fiets en hoor een bende gekraak. Voorderailleur afgebroken *@#$%^&. De fotograaf kijkt wijselijk de andere kant op. Met mijn technisch inzicht is het natuurlijk een eitje om dit te repareren en vakkundig breek ik de complete derailleur af…….. een geluk bij een ongeluk want tot mijn verbazing kan ik weer trappen en kan ik toch door. Op een singletrack moet ik kiezen tussen een duik in het water of keihard remmen. Ik kies voor het tweede, René zat achter mij te eten en beland hierdoor vol in de drek, dat kan er ook nog wel bij. Op 100 km steken we nog even een maisland haaks over. Hier is het zo drassig dat Patrick z’n wielen niet meer rond gaan door de modder. Aan het eind staat de complete familie van Langen ons aan te moedigen. Een welkome opsteker. Inmiddels is het van zachtjes regen overgegaan in keihard regenen. Op de pauze plaats staan veel mensen die er mee kappen. Wij eten wat en Patrick kleed zich nog ff snel om. In de regen fietsen we verder. We zijn halverwege en volgens de app zullen we om 18:30 binnen zijn. Dat is acceptabel, dachten we.

Ik kijk telkens op kilometerteller en het lijkt wel of die stil staat en wij ook. Op sommige stukken fietsen we toch zo’n 5 km per uur. En dat is nog vlak ook. Om moedeloos van te worden. René merkt op dat ik een slag in het rad heb. We stoppen, spaak zit los, vakkundig word deze om een andere spaak gevouwen. En door! De tussenstand in het valklassement is intussen 3-3-2. René licht wat achter maar zal dit later ruimschoots goed maken. Inmiddels begint het te schemeren en val ik nog over wat wortels, altijd weer die …wortels.
Bij de volgende pauzeplaats komen we aan in de stromende regen, de benen voelen nog goed. Wat minder goed voelt is onze verwachte aankomsttijd. Deze is inmiddels opgelopen naar 22:00. Dit word dus een latertje. Snel wat drop en winegums naar binnen en door. In het donker belanden we op een soort waterbaan maar dan in het zand. Ik voel een hongerklop aankomen maar kan hier niet eten. Aan het eind van dit modderbad sta ik trillend naast de fiets. Een gelletje en een compleet rol dextro werk ik naar binnen. Deze suikerbom helpt me er weer boven op. In het bos valt René nog even op een steen en kneust een paar ribben. Niet klagen en doorfietsen. Eindelijk op het asfalt, René is zo blij dat hij het asfalt wel kan kussen. En dat doet hij dan maar ook… Tussenstand valklassement 6-3-3 voor René…
Inmiddels is het pikkedonker en komen we erachter waarom een goede lamp belangrijk is. Wij zien bijna niets en worden ingehaald door iemand die een lamp heeft waarmee je een gemiddeld voetbalstadion kunt verlichten. Hebben wij weer, we belanden weer in een bos met singletracks en er moet ook geklommen worden. Dat is geen probleem, enkel moet er na het klimmen meestal ook gedaald worden. En dat was wel een probleem. Ik sta boven op een bult en staar in een donker gat. ‘Zit daar onder nu een bocht? Nee, toch niet. Ik stort me naar beneden, shit, toch een bocht en lig met m’n fiets en al in de struiken. Als we eindelijk dit bos uit zijn is het humeur gedaald tot ver onder nul. “Ik kom nooit meer in Drenthe”, hoor ik al. Een stukje asfalt is welkom en de een nieuwe pauzeplaats komt eraan. De nieuwe tussenstand in het valklassement is opgelopen tot 6-4-4. “Is dit nog leuk”? Nat en koud komen we aan bij de pauzeplaats. Patrick mot neudig en ondertussen eten we een pannenkoek. Het laatste bos heeft er mentaal ingehakt en we vragen ons af of het nog wel veilig is. Twee wijze Drenten vertellen ons dat er nog veel singletracks en bos op ons ligt te wachten en geven ons een briefje met een route over de weg naar Roden, de finishplaats. Er knapt iets bij ons en we besluiten om over de weg terug te gaan. We hebben te weinig licht en vinden het te gevaarlijk in de bossen. Ondertussen worden er nog een busje vol geladen met in zilverpapier gewikkelde fietsers, zo wil je ook niet eindigen.
Hier eindigt het dus, ik baal, zoals iedereen baalt. Maar het besluit was wijs.
We fietsen door dorpjes en gehuchten terug naar Roden. Gelukkig pakken we nog even een keiharde hagelbui mee, die hadden we vandaag nog niet gehad. We fietsen over de finish en de teller blijft staan op 187,5 kilometer. Waarvan 160 op de route. Snel nog even een rookworst en wat stamppot naar binnen werken en de fiets in de auto, kachel op 10 en gas d’r bi-j.
Compleet verkleumd komen we bij onze woonboerderij aan. Een snelle douche en aan het bier. Dat bier drinken gaat ongeveer net zo snel als het fietsen vandaag. Niet weg te krijgen. De volgende ochtend word onze tocht vakkundig geanalyseerd. Inmiddels word het nooit meer Drenthe al een misschien. Is er dan toch nog een way back in 2018? Denk het wel…….

Niels van Langen, Rene Wijgman en Patrick Koskamp